Er is een moment dat bijna iedereen die op kamers woont een keer meemaakt. Het is half drie ’s nachts, je hebt om negen uur een tentamen of een dienst, en beneden staat de muziek nog aan. Je ligt wakker en je voert in je hoofd al het gesprek dat je morgen gaat voeren. En dan gebeurt er de volgende ochtend precies niets, want iedereen is chagrijnig, niemand begint erover, en het schuift door naar de week erna.
Geluid is in studentenhuizen het onderwerp waar de meeste irritatie zit en waar het minst over gesproken wordt. Dat komt doordat het zo makkelijk persoonlijk wordt. Wie iets zegt over de muziek van een ander, zegt iets over hoe die ander leeft, en dat voelt anders dan een opmerking over de afwas. Toch is het in de praktijk het probleem dat het eenvoudigst op te lossen is, mits je het aanpakt voordat je boos bent.
Wat me door de jaren heen is opgevallen: in huizen waar het goed gaat, is nooit sprake van strengere regels dan in huizen waar het misgaat. Het verschil zit ergens anders. In de goede huizen weet iedereen van elkaar wanneer die moet opstaan. Dat klinkt bijna te simpel, maar het is precies de informatie die het gesprek verandert. Muziek om twee uur ’s nachts is voor een huisgenoot die om elf uur college heeft iets heel anders dan voor iemand die om zeven uur in de bouw moet staan. Zolang niemand dat van elkaar weet, is elk verzoek om zachter te doen een mening. Zodra iedereen het wel weet, is het een feit waar je iets mee kunt.
Waarom het geluid harder aankomt dan je denkt
Bij die gesprekken helpt het om te snappen wat je eigenlijk hoort. In de meeste studentenpanden, en zeker in oudere huizen die ooit gezinswoningen waren, zit het probleem niet in de lucht maar in de constructie. Praten en televisie gaan door de lucht en worden gedempt door een dichte deur, een kleed en een boekenkast. Bas, voetstappen, een dichtklappende deur en een wasmachine op centrifuge gaan door het hout en het beton, en die haal je met geen enkel gordijn weg. Daarom kan iemand op zolder de bas van de kamer op de begane grond horen terwijl de stemmen niet doorkomen.
Dat verklaart ook waarom het gesprek zo vaak vastloopt. De een zegt eerlijk dat hij de muziek zacht had staan, en dat klopt ook, alleen was de subwoofer via de vloer verbonden met het bed van de ander. Wie dat onderscheid maakt, kan iets voorstellen wat wel werkt: de speaker van de vloer af op een kastje met iets zachts eronder, de bas een paar standen lager in plaats van het volume, en na een bepaald uur een koptelefoon. Dat is een concrete afspraak, en die is veel makkelijker na te komen dan “wat rustiger doen”.
Hetzelfde geldt voor de dingen die niemand als geluid ziet. De wasmachine die om middernacht aan gaat omdat het stroom dan goedkoper zou zijn, de trap die kraakt, de voordeur die dichtvalt, de keukenkastjes. In veel huizen is dat samen meer nachtelijke overlast dan de feestjes, en het is ook het deel waar je het snelst iets aan doet: een deurdemper, een viltje, een afspraak dat de was voor tien uur ’s avonds draait.
De volgorde die wel werkt
Als het toch fout zit, is de volgorde belangrijker dan de toon. Begin altijd bij de persoon zelf, en doe dat op een normaal moment, niet om drie uur ’s nachts in je pyjama op de gang. Op dat tijdstip verlies je altijd, hoe gelijk je ook hebt. De volgende dag bij de koffie zeggen dat je vannacht wakker lag en dat je om acht uur moest, werkt beter dan welk verwijt ook, omdat het geen verwijt is maar informatie.
Werkt dat niet, dan is de tweede stap het huis, niet de verhuurder. Zet het op de agenda van de huisvergadering of het groepsgesprek, maar formuleer het als een afspraak voor iedereen en niet als een klacht over één iemand. Iets in de trant van: doordeweeks na een bepaald uur geen bas en geen was meer, in het weekend ruimer, en wie een feestje geeft zegt het van tevoren. Dat laatste is bijna het belangrijkste. Een aangekondigd feest waar je bij mag zijn, houdt vrijwel niemand wakker van; een onaangekondigd feest waar je niet van wist, maakt van elk geluid een ergernis. Hoe je zulke afspraken maakt zodat ze na drie weken nog gelden, staat in afspraken maken met je huisgenoten die echt standhouden.
Pas als dat allemaal is gebeurd en er niets verandert, ga je naar de verhuurder of de beheerder. Doe dat schriftelijk, met data en tijdstippen, en zonder namen te verheffen tot verhalen. Wat er daarna kan, hangt af van je contract en je situatie, en dat verschilt per huis. Voor de algemene regels rond overlast en wat je rechten zijn kun je terecht bij het Juridisch Loket, dat je zaak gratis met je doorloopt. Ga niet af op wat er in de groepsapp wordt beweerd over wat wel en niet mag, want daar staat meer onzin over huurrecht dan waar dan ook.
Wat je in die hele volgorde niet moet doen, is anoniem briefjes ophangen of via via laten weten dat je last hebt. Ik heb dat een paar keer zien gebeuren en het loopt altijd hetzelfde af: het huis gaat raden wie het geschreven heeft, iedereen voelt zich beschuldigd, en de persoon om wie het ging verandert niets. Een gesprek van twee minuten met de deur open is minder eng dan het lijkt en werkt vrijwel altijd beter.
Wat je zelf kunt regelen
Er is ook een deel dat je niet met anderen hoeft af te stemmen. Een goede koptelefoon of oordoppen op maat kosten wat, maar ze zijn goedkoper dan een half jaar slecht slapen, en op elke drogist liggen basisoordoppen die voor de meeste mensen al genoeg zijn. Een zwaar gordijn voor het raam dempt het geluid van straat en van de binnenplaats waar mensen ’s nachts staan te roken. Een kleed en een gevulde boekenkast tegen de muur waar het geluid vandaan komt, halen het scherpste eraf. Je bed niet tegen de scheidingsmuur met de buren zetten, scheelt meer dan alle andere maatregelen samen, en het kost niets.
Wat niet werkt, en toch vaak geprobeerd wordt: eierdozen, schuimplaten uit de bouwmarkt en dekens aan de muur. Die dempen de galm in je eigen kamer, waardoor het binnen anders klinkt, maar ze houden vrijwel geen geluid tegen dat van buiten komt. Je hoort jezelf beter en je huisgenoot even goed. Bovendien mag je op de meeste kamers niets permanent op de muur bevestigen, en dat is nog een reden om er niet aan te beginnen.
Het eerlijke antwoord is dat een studentenhuis nooit stil wordt. Dat is ook niet het doel, want mensen die samen in één pand wonen maken geluid, en een huis waar niemand iets durft te doen is geen prettig huis. Waar het om gaat is dat er nachten zijn waarop je kunt slapen en dat je weet wanneer die zijn. Als dat lukt, is een luidruchtige zaterdag geen probleem meer maar iets waar je bij gaat zitten.
En als je nu nog aan het zoeken bent: geluid is het makkelijkst te beoordelen voordat je tekent. Ga niet alleen op een rustige woensdagmiddag kijken, vraag hoe de vloeren zijn, wie er boven en onder je woont en op welke tijden mensen thuis zijn. Sta even stil op de gang en luister wat je hoort. Dat en andere dingen die je op een bezichtiging kunt zien, staan in kamer bezichtigen: hier let je op in de woning, en waar het bij hospiteren om ritme en samenleven gaat in huisgenoten kiezen die echt bij je passen. Wie op dat moment de goede vragen stelt, hoeft dit gesprek later nooit te voeren.
