Nog altijd 20.000 studentenkamers te weinig: waar de nood het hoogst is

Nog altijd 20.000 studentenkamers te weinig: waar de nood het hoogst is

De cijfers over de kamernood zijn er weer, en ze vertellen een verhaal dat je waarschijnlijk niet verwacht: het tekort is nauwelijks kleiner geworden, maar het is ook niet ontploft. In de Landelijke Monitor Studentenhuisvesting van kenniscentrum Kences staan landelijk 20.200 woonruimten te weinig voor studenten die uit huis willen. Dat is 1300 minder dan vorig jaar. UKrant schreef er begin september 2026 over.

Ik heb vier jaar bij een kamerbemiddelingsbureau gewerkt, en ik weet hoe zo’n getal voelt als jij degene bent die zoekt. Twintigduizend zegt je niets. Wat je wilt weten is: is het in mijn stad erger dan gemiddeld, wat ga ik betalen, en hoe lang duurt dit nog. Daar geeft deze monitor wel antwoord op.

Waar de nood het hoogst is

Kences noemt negen steden waar het tekort het grootst is: Amsterdam, Delft, Eindhoven, Leiden, Nijmegen, Rotterdam, ‘s-Hertogenbosch, Utrecht en Zwolle. De minste problemen zijn er in Tilburg, Wageningen, Arnhem, Leeuwarden en Ede. Groningen zit in de middenmoot.

Dat lijstje is bruikbaarder dan het lijkt. Als jouw opleiding op meerdere plekken wordt gegeven, of als je nog kunt kiezen tussen een stad waar je studeert en een stad ernaast waar je woont, dan is dit precies de informatie waarop je die keuze maakt. Een uur reistijd erbij is vervelend, vijf maanden zoeken is vervelender.

Want dat is de andere kant van het tekort: uitwonende hbo- en wo-studenten deden er gemiddeld vijf maanden over om iets te vinden. In het collegejaar 2017/18 was dat nog drieënhalve maand. En in die vijf maanden zitten de studenten die uiteindelijk nooit iets vonden niet eens meegerekend.

Wat je ervoor betaalt

Voor een kamer met gedeelde voorzieningen betalen studenten gemiddeld 540 euro per maand, gebaseerd op een enquête die 42.000 studenten van 41 hogescholen en universiteiten invulden. Een meerkamerwoning kost gemiddeld 855 euro, maar daar betaalt vaak iemand anders aan mee. Over alle woonvormen heen komt de gemiddelde woonruimte uit op 590 euro, op een besteedbaar studentenbudget van 1340 euro per maand.

Dat is meer dan een derde van je budget aan wonen alleen, nog voor je boodschappen hebt gedaan. In Amsterdam, Den Haag en Rotterdam ben je het duurste uit: daar ligt een kamer met gedeelde voorzieningen rond de 650 euro en zit je bij een meerkamerwoning rond de 950. In Groningen is een kamer met gedeelde voorzieningen gemiddeld 515 euro en een zelfstandige studio 600.

Krijg je een prijs voorgeschoteld die daar flink boven ligt, ga er dan niet automatisch van uit dat dat de markt is. Een kamer heeft een maximale huurprijs op basis van punten, en die kun je zelf narekenen. Hoe dat werkt staat in deze uitleg over te veel kamerhuur betalen.

Waarom het tekort niet is geëxplodeerd

Kences verwachtte vorig jaar dat het tekort flink zou oplopen, omdat particuliere eigenaren hun studentenwoningen massaal gingen verkopen door nieuwe belastingregels. Dat verkopen is ook echt gebeurd: sinds 2024 huren 32.000 studenten minder bij een particuliere verhuurder, van huisjesmelker tot hospita.

Toch bleef de explosie uit, en dat komt door de andere kant van de balans. Er zijn minder Nederlandse studenten, er komen minder studenten uit het buitenland, en steeds minder Nederlandse studenten wonen op zichzelf. In acht jaar tijd is dat aandeel gedaald van 50 naar 43 procent. Ondertussen bouwden de studentenhuisvesters sinds 2022 bijna vijfduizend nieuwe studentenwoningen per jaar.

Met andere woorden: het tekort daalt niet omdat het aanbod het inhaalt, maar vooral omdat een deel van de vraag is weggevallen. Dat is geen oplossing, dat is een verschuiving. En eerlijk gezegd is het de somberste zin uit de hele monitor: 44 procent van de studenten die nog thuis wonen noemt de betaalbaarheid als reden, terwijl maar 19 procent zegt dat er domweg geen woningen zijn. Het probleem is dus niet alleen dat er te weinig kamers zijn, maar dat de kamers die er zijn te duur zijn voor de mensen die ze nodig hebben.

Het tekort is een schatting, en dat is belangrijk

Kences-directeur Reijnder Jan Spits wijst er in het bericht op dat het getal een schatting is van hoeveel studenten op kamers willen terwijl er niets voor ze is. En die vraag beweegt mee met wat er gebouwd wordt. “Het aanbod schept ook de vraag”, zegt hij: bij nieuwbouwprojecten zien ze dat studenten die de hoop hadden opgegeven, ineens weer actief gaan zoeken.

Dat verklaart waarom het tekort zo hardnekkig rond dezelfde twintigduizend blijft hangen, hoeveel er ook bijkomt. In Groningen moeten de komende jaren zo’n 2000 studentenwoningen op de Zernike Campus verrijzen, en Kences pleit voor het afschaffen van de winstbelasting voor studentenhuisvesters, wat volgens de eigen schatting 15 tot 20.000 woningen zou schelen. Dat zijn de aantallen die het verschil zouden maken, en het zijn precies de aantallen waar nog geen besluit over ligt.

Wat je hier vandaag mee kunt

Zoek je nu, dan verandert dit rapport niets aan jouw week. Maar het geeft je wel drie dingen mee.

Weet dat vijf maanden het gemiddelde is, niet het uitzonderlijke geval. Dat betekent dat opgeven na drie weken te vroeg is, en dat je vroeger moet beginnen dan logisch voelt. Weet ook dat de stad meer uitmaakt dan je timing: in Tilburg of Leeuwarden ben je gewoon sneller klaar dan in Utrecht of Delft. En weet dat de prijzen hierboven het gemiddelde zijn, niet het maximum dat een verhuurder mag vragen.

Zit je midden in de drukste periode, dan helpt het om je aanpak aan te scherpen in plaats van meer te reageren. Wat daarbij werkt staat in dit stuk over kamer zoeken in de piekmaanden, en wie net in een nieuwe stad begint heeft meer aan de route voor een studentenkamer in een onbekende stad.


Joris Bakker avatar

Samengesteld door