Rabobank verhoogt vanaf woensdag 15 oktober de spaarrente van 1,5 naar 1,6 procent over bedragen tot en met 10.000 euro, meldt NU.nl. Een tiende procentpunt klinkt als niets, en voor een gemiddelde student is het ook weinig geld. Toch is dit een goed moment om eens te kijken waar je spaargeld staat. Niet om rijk te worden van de rente, maar omdat een kamerhuurder een buffer nodig heeft, en die buffer moet je op het juiste moment kunnen pakken.
De drie grootbanken naast elkaar
De meeste studenten sparen bij de bank waar hun betaalrekening loopt, en dat is vaak een van de drie grote. Volgens NU.nl ziet het er na de verhoging zo uit.
| Bank | Rente op kleinere, direct opneembare bedragen | Wat er verder speelt |
|---|---|---|
| Rabobank | 1,6 procent tot en met 10.000 euro, vanaf 15 oktober | Tussen 10.000 en 20.000 euro 1,5 procent, daarboven lager |
| ABN AMRO | 1,25 procent | Verwacht wordt dat de bank ook verhoogt |
| ING | 1,25 procent tot 10.000 euro, sinds april | Verwacht wordt dat de bank ook verhoogt |
De aanleiding is de Europese Centrale Bank, die in september haar belangrijkste rente verhoogde van 2,25 naar 2,5 procent. Banken krijgen dan meer voor het geld dat ze bij de ECB stallen, en kunnen meer doorgeven aan spaarders. Dat de andere twee volgen ligt dus voor de hand, maar op het moment van schrijven is dat nog niet aangekondigd. Kijk daarom zelf op de site van je bank voordat je geld gaat verschuiven.
Wat het verschil je echt oplevert
Een rekenvoorbeeld maakt het concreet. Heb je 2.000 euro op je spaarrekening, dan levert 1,6 procent je in een jaar 32 euro op. Bij 1,25 procent is dat 25 euro. Het verschil tussen de hoogste en de laagste rente van de grootbanken is voor die buffer dus zeven euro per jaar. Daarvoor ga ik geen nieuwe bankrekening openen, en dat zou ik jou ook niet aanraden als je verder tevreden bent.
Het grotere verschil zit niet tussen de banken, maar tussen sparen en niet sparen. Wie geen buffer heeft, betaalt een onverwachte rekening met rood staan of een aankoop achteraf, en dan ben je in rente al snel meer kwijt dan je met sparen ooit verdient. Hoe je overzicht houdt over wat er elke maand afgaat, lees je in het stuk over de vaste lasten naast je kamerhuur.
Waarom een kamerhuurder een buffer nodig heeft
Als student met een kamer heb je een paar uitgaven die altijd op een slecht moment komen. Een buffer is het geld waarmee je die opvangt zonder in de problemen te raken.
- De waarborgsom voor een nieuwe kamer, die je meestal moet betalen voordat je je oude borg terug hebt. Hoe je die oude borg snel terugkrijgt, lees je in ons artikel over de waarborgsom terugkrijgen.
- Een eindafrekening van servicekosten of energie die hoger uitvalt dan je voorschot.
- Een maand waarin je bijbaan minder uren oplevert, terwijl de huur gewoon doorloopt.
- Een kapotte laptop of fiets, of een onverwachte reis naar huis.
Een vaste maat voor die buffer bestaat niet. Zelf zou ik beginnen met één maand huur apart, en daarna langzaam opbouwen tot je ook een borg kunt voorschieten zonder te schuiven.
Vrij opneembaar of vastzetten
Banken bieden naast een gewone spaarrekening ook vormen waarbij je je geld een tijd vastzet. Daar krijg je vaak iets meer rente voor. Voor een huurbuffer is dat precies de verkeerde keuze. Het hele punt van een buffer is dat je er meteen bij kunt als de kamer van je dromen opeens een borg vraagt. Vastgezet geld is dan geen buffer, maar een belofte voor later.
Ik zou het dus zo verdelen. Je buffer staat op een gewone spaarrekening die je binnen een dag kunt overboeken. Heb je daarboven nog geld dat je de komende jaren echt niet nodig hebt, dan kun je pas nadenken over een rekening met een hogere rente en een looptijd. Voor de meeste studenten is dat tweede potje er niet, en dat is ook prima.
De vergelijking die er wel toe doet, sparen of lenen
Er is één vergelijking die voor studenten veel meer uitmaakt dan het verschil tussen Rabobank en ING. Wie leent bij DUO en dat geld op een spaarrekening zet, moet de rente op de studieschuld afzetten tegen de spaarrente. Wij rekenden eerder uit dat de rente op je studieschuld naar 2,7 procent gaat. Die rente loopt op je hele schuld, terwijl je spaargeld met 1,25 of 1,6 procent groeit. Lenen om te sparen kost je dus geld, ook na deze verhoging.
Dat betekent niet dat je nooit mag lenen voor een buffer. Een kleine buffer die voorkomt dat je in het rood schiet of bij een dure kredietverstrekker terechtkomt, is het verschil in rente vaak waard. Maar staat er een flink bedrag op je spaarrekening dat je eigenlijk niet nodig hebt, leen dan minder of overweeg om af te lossen. Of extra aflossen voor jou slim is en waarom de hogere rente voor de pechgeneratie zo zuur voelt, lees je in ons stuk over de hogere rente op je studieschuld.
Waar zet je je spaargeld dus neer
Voor de meeste kamerhuurders is het antwoord nuchter. Houd een vrij opneembare spaarrekening aan bij een bank die onder het Nederlandse depositogarantiestelsel valt, zodat je tegoed tot 100.000 euro per persoon per bank beschermd is. Zit je bij ABN AMRO of ING en ben je tevreden, wacht dan even af of die banken de komende weken ook verhogen. Ben je toch al op zoek naar een nieuwe bank, neem de spaarrente dan mee in je keuze, maar laat die niet de doorslag geven.
Belangrijker dan die tiende procent is dat er elke maand iets op die rekening komt. Zet een vaste overboeking klaar op de dag dat je studiefinanciering of salaris binnenkomt, ook al is het een klein bedrag. Dan staat er geld klaar op het moment dat je volgende kamer om een borg vraagt, en dat levert je meer rust op dan welke rente ook.
