Potjes voor de starterslening raken leeg: wat dat betekent na je studentenkamer

Rij Nederlandse starterswoningen met een te koop-bord in de voortuin

De starterslening was voor veel jongeren de brug van huurkamer naar eerste koophuis. Die brug wordt smaller. Hypotheekadviseurs van De Hypotheekshop melden dat gemeenten door de gestegen huizenprijzen sneller door hun budget heen zijn, schreef NU.nl op 14 oktober. Zit je nu nog op kamers, dan raakt dit je pas over een paar jaar. Maar juist daarom is het goed om te weten hoe het werkt.

Waarom de potjes leeg raken

Met een starterslening overbrug je het verschil tussen wat de bank je wil lenen en de prijs van je eerste huis. Gemeenten zetten daar geld voor opzij, en het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (SVn) voert de regeling uit. Volgens De Hypotheekshop hadden starters vroeger genoeg aan 10.000 tot 15.000 euro, maar hebben ze nu vaak het maximum nodig. Dat ligt in de meeste gemeenten tussen de 30.000 en 40.000 euro. Met hetzelfde budget helpt een gemeente dus veel minder mensen.

Tegelijk groeit de vraag. Volgens SVn steeg het aantal verstrekte startersleningen in 2025 met 15 procent. En omdat starters langer in hun eerste huis blijven wonen, komt het geld later terug in het fonds. Martin Hagedoorn van De Hypotheekshop zegt tegen NU.nl dat een regeling formeel kan bestaan terwijl een koper er niets aan heeft omdat het budget op is. De adviseurs pleiten daarom voor een landelijke koopsubsidie die niet afhangt van je gemeente.

Wat dit betekent als je na je kamer wilt kopen

Het belangrijkste is dat je er niet op moet rekenen. Of je een starterslening krijgt, hangt af van de gemeente waar je koopt en van het moment in het jaar. Wie nu van een koophuis droomt, doet er goed aan de regeling te zien als meevaller en niet als vast onderdeel van het plan.

Het helpt ook om te snappen wat een starterslening is. Het is geen gift maar een lening. SVn schrijft dat je de eerste drie jaar geen rente en geen aflossing betaalt, en dat je daarna op basis van je inkomen gaat betalen. Je kunt het bedrag nooit hoger krijgen dan 20 procent van de koopsom, en je moet een hypotheek met NHG afsluiten. Zolang je inkomen te laag is, loopt het deel dat je later moet terugbetalen op.

Wat je tijdens je studie wel zelf in de hand hebt, is je uitgangspositie.

  • Je studieschuld. Die telt mee als een bank berekent hoeveel je mag lenen. Hoe dat uitpakt, lees je in ons stuk over een dure kamer nu en een kleinere hypotheek later.
  • Een buffer. Eigen geld voor de kosten koper weegt zwaarder als er geen starterslening is om op te leunen.
  • De regels van je gemeente. Kijk bij SVn of de gemeente waar je wilt wonen een starterslening heeft, en of het budget voor dit jaar nog niet op is.

Lukt kopen voorlopig niet, dan is huren de volgende stap, en ook daar is het krap. Waarom starters na hun studentenkamer vaak vastlopen, lees je in ons stuk over het tekort aan middenhuur.


Joris Bakker avatar

Samengesteld door