Verliest Groningen meer studentenkamers dan er bij komen? Het lijkt een vraag die je met één telling beantwoordt, maar in de Groningse gemeenteraad wordt er al weken met verschillende cijfers geschermd. Voor jou als kamerzoeker is dat geen bestuurlijke ruzie maar een praktisch probleem, want het verschil tussen die cijfers is ongeveer het aantal kamers van een middelgrote wijk.
Waarom niemand het precieze aantal weet
Het draait allemaal om de omzettingsvergunning, in Groningen ook wel omzetvergunning genoemd. Dat is de vergunning die een eigenaar nodig heeft om een gewone woning te mogen verhuren als kamers aan meerdere huishoudens. Geen vergunning betekent officieel geen studentenhuis, hoeveel studenten er ook wonen.
Die vergunning hangt aan het pand en niet aan het aantal kamers. Verdwijnt er één, dan weet je dus wel dat er een studentenhuis van de markt gaat, maar niet of het om drie kamers of om tien kamers ging. Precies daarover struikelt de discussie. Oppositiepartijen Student & Stad, D66 en VVD dienden woensdag een motie in om de gemeente te laten uitzoeken hoeveel panden met zo’n vergunning de afgelopen jaren verloren zijn gegaan, meldt UKrant. Ze vinden dat de raad zonder dat getal geen volledig zicht heeft op wat er met de voorraad gebeurt.
De cijfers die er wel liggen
Er zijn twee tellingen in omloop en ze spreken elkaar niet tegen, ze meten iets anders. De oppositiepartijen stellen volgens UKrant dat er tussen 2022 en 2026 zeshonderd omzetvergunningen zijn verdwenen. Dat is een telling over vier jaar.
OOG Groningen rekende op 9 september 2026 over een langere periode en kwam uit op ongeveer 4.800 vergunningen nu tegenover 5.400 zes jaar geleden. Dat is een daling van elf procent, wat volgens die berekening neerkomt op ruwweg tweeduizend kamers minder. Let op het woord ruwweg, want dat is nu juist de omrekening die niemand hard kan maken.
Wethouder Rik van Niejenhuis van wonen herkent het beeld van een leegloop niet. “Het is ook niet zo dat wij de afgelopen jaren actief achter studentenhuizen zonder omzetvergunningen aangaan”, zegt hij tegen UKrant. In vier jaar zag hij naar eigen zeggen alleen zaken waarbij er overlast was en meldingen binnenkwamen. Hij zegde wel toe het te gaan monitoren, en volgens OOG Groningen wil hij daar in het voorjaar meetcriteria voor invoeren.
Wat wél vaststaat is dat de gemeente al jaren geen nieuwe omzetvergunningen meer afgeeft aan particulieren. De voorraad kan in dit systeem dus alleen krimpen. Dat is geen mening maar rekenkunde, en het verklaart waarom die zeshonderd verdwenen vergunningen zo zwaar wegen in het debat.
De andere kant van het handhaven
Hoe streng zo’n vergunningplicht kan uitpakken laat studentenhuis De Kluis aan de Oude Boteringestraat zien. Dat pand stond jaren leeg en wordt nu bewoond door tien studenten, maar dat mag niet zonder de juiste vergunning. De bewoners kregen voor de zomer te horen dat ze eruit moeten en zijn in bezwaar gegaan, schrijft UKrant. Ze hopen op een uitzondering omdat ze officieel als vereniging staan ingeschreven en daarmee een woongroep vormen.
Minister van huisvesting Elanor Boekholt-O’Sullivan zei naar aanleiding van Kamervragen dat ze hoopt dat gemeenten pragmatisch omgaan met woningdelen, en dat studentenhuizen niet de dupe moeten worden van regels die bedoeld zijn tegen slecht verhuurderschap. De wethouder wijst erop dat de minister ook begrip toonde voor verschillen tussen steden, en acht een uitzondering vrijwel onmogelijk.
Hier wringt het echt. Regels die zijn bedacht om huisjesmelkers te stoppen en om buurten leefbaar te houden, halen ondertussen bewoonde studentenhuizen van de markt. Dat is geen boze opzet, maar het effect voelt voor tien studenten wel hetzelfde.
Wat de gemeente ertegenover zet
Het antwoord van het college heet Zernike, het campusgebied aan de noordwestkant van de stad. Volgens OOG Groningen hield het college op 16 september 2026 vast aan de lijn dat er geen extra omzettingsvergunningen komen en dat er de komende jaren 1.500 studentenwoningen op Zernike moeten verrijzen. Met de raad is afgesproken dat de eerste vijfhonderd permanente kamers er voor 2030 staan, en dat er met alternatieven wordt gekomen als dat niet haalbaar blijkt. Daarnaast onderzoekt de gemeente of de vierhonderd tijdelijke kamers van Proxima op Zernike behouden kunnen blijven.
Wat dit betekent voor je zoektocht dit jaar
Wees eerlijk over de tijdlijn. Vijfhonderd kamers voor 2030 helpen je niet als je in januari een kamer nodig hebt. Wat er dit collegejaar gebeurt, gebeurt in de bestaande voorraad, en die krimpt eerder dan dat hij groeit.
Praktisch betekent dat twee dingen. Vraag bij een kamer in een gewoon woonhuis of het pand een omzettingsvergunning heeft en vraag om het nummer, want een huis zonder vergunning kan je op termijn je woonruimte kosten. En kijk breder dan de binnenstad, want de nieuwbouw komt aan de rand van de stad en die complexen verhuren vaak buiten de klassieke hospiteercircuits om. Hoe je een stad aanpakt waar je niemand kent, zetten we eerder op een rij in onze gids over een studentenkamer vinden in een nieuwe stad.
En zet het landelijke plaatje ernaast voor je je vastbijt in Groningen. In onze uitleg over het landelijke tekort van 20.000 studentenwoningen staat welke steden er slechter en welke er beter voor staan. Groningen zit daarin in de middenmoot, en dat is bij deze discussie een getal dat je in gedachten moet houden.
