Zeven euro. Dat is wat een hbo- of wo-student die op kamers woont er volgend jaar gemiddeld per maand bij krijgt, als de plannen van gisteren doorgaan. Het Nibud rekende de Prinsjesdagplannen door en komt voor deze groep uit op een koopkrachtstijging van 0,4 procent. Dat is minder dan een pizza, en toch is het de moeite waard om te kijken hoe dat bedrag is opgebouwd, want daar zitten posten in die je zelf kunt beïnvloeden.
Wat het Nibud berekende
Het Nibud maakt elk jaar op Prinsjesdag koopkrachtplaatjes: berekeningen van wat de kabinetsplannen doen met de portemonnee van verschillende soorten huishoudens. Volgens de doorrekening die UKrant publiceerde stijgt de koopkracht van studenten op kamers met 0,4 procent en van studenten in een zelfstandige woning, bijvoorbeeld een studio, met 0,5 procent.
Die plus komt uit drie hoeken: je verdient naar verwachting iets meer aan je bijbaan of stage, je basisbeurs gaat iets omhoog en je zorgtoeslag ook. Daar staat tegenover dat het collegegeld stijgt, dat zorg duurder wordt en dat je aan andere uitgaven meer kwijt bent. Onder de streep blijft er dus weinig van over, en dat is precies wat die 0,4 procent zegt.
Ter vergelijking: de gemiddelde Nederlander gaat er volgend jaar 0,1 procent op achteruit, de eerste daling sinds de energiecrisis van 2022. Dat studenten er licht op vooruitgaan is dus geen cadeau maar eerder het verschil tussen bijna niets en net iets minder dan niets.
Waarom de studiostudent meer krijgt dan de kamerhuurder
Het verschil tussen 0,4 en 0,5 procent zit in één woord: huurtoeslag. Wie een zelfstandige woning huurt, met een eigen keuken en badkamer, krijgt volgend jaar iets meer huurtoeslag dan dit jaar. Wie een kamer huurt met een gedeelde keuken of badkamer, heeft daar simpelweg geen recht op.
Dat onderscheid is oud nieuws voor wie het al eens heeft uitgezocht, maar het verklaart wel waarom overheidsmaatregelen zo vaak langs kamerbewoners heen gaan. Het instrument waarmee huurders gecompenseerd worden, bestaat voor jou niet. Wie twijfelt tussen een kamer van 450 euro en een studio van 650 euro, moet dus niet alleen die tweehonderd euro verschil vergelijken maar ook wat er aan huurtoeslag tegenover staat. Meer over die afweging en de rest van je maandlasten staat in ons overzicht van de vaste lasten naast je kamerhuur.
Twee dingen die nog niet gebeuren
In de plannen zitten twee maatregelen die studenten raken en die allebei zijn doorgeschoven. Het kabinet wil het eigen risico in de zorg verhogen, wat studenten volgens de berekening 60 euro extra zou kosten, maar dat plan is uitgesteld tot 2028. En de basisbeurs voor uitwonende studenten gaat met vijftig euro per maand omhoog, alleen pas vanaf studiejaar 2028-2029.
Vijftig euro per maand is voor een student echt geld; dat is bij veel huisbazen het verschil tussen wel of niet elke maand krap zitten. Dat het pas over twee studiejaren komt, terwijl de huren nu stijgen, is dan ook het punt waar de studentenorganisaties op aanslaan. Het Interstedelijk Studenten Overleg noemt de verhoging niet “toereikend om de financiële druk op de student volledig weg te nemen”. Daar valt weinig tegenin te brengen.
Wat je er nu mee kunt
Het eerlijke antwoord is: met die zeven euro niets. Met de rest van de doorrekening wel. Drie dingen zijn het nakijken waard nu de cijfers er liggen.
Check om te beginnen of je zorgtoeslag nog klopt. Die gaat omhoog, maar alleen als je hem hebt aangevraagd en je inkomen bij de Belastingdienst klopt. Wie sinds zijn eerste bijbaan niets heeft aangepast, loopt er zo maanden naast. Kijk daarnaast of je woonvorm zelfstandig is, want in dat geval kun je huurtoeslag aanvragen en dat scheelt een veelvoud van zeven euro. En houd in de gaten wat er met je bijbaan gebeurt: voor wie op het minimumloon werkt, pakt de belastingkant volgend jaar anders uit dan je van een stijgende koopkracht zou verwachten. Dat werkten we uit in ons stuk over de nieuwe doorrekening van de nettolonen, en het loont om beide naast elkaar te leggen.
Verder geldt wat altijd geldt bij Prinsjesdag: dit zijn plannen. De Tweede en Eerste Kamer moeten er nog mee instemmen. Wat er maandag op tafel lag, schreven we op in de vooruitblik voor huurders en kamerzoekers; wat er nu van over is, weten we pas als de begroting door de Kamer is.
