Vrije-sectorhuur stijgt harder dan koopprijzen: wat dat voor starters betekent

Rij Nederlandse huurwoningen met appartementen in een stadsstraat

Wie na zijn studie van een kamer naar een eigen huurwoning wil, krijgt er weer een drempel bij. De huren in de vrije sector stegen in het derde kwartaal van 2026 opnieuw, en over een heel jaar gerekend gaan ze harder omhoog dan de prijzen van koopwoningen. Dat melden huurplatforms Pararius en Huurwoningen.nl op basis van nieuwe kwartaalcijfers, schrijft NU.nl op 7 oktober. Voor een starter met een eerste salaris is vooral een ander getal uit het onderzoek belangrijk, het inkomen dat je nodig hebt om binnen te komen.

Wat de nieuwe cijfers laten zien

In juli, augustus en september betaalden huurders in de vrije sector gemiddeld 20,92 euro per vierkante meter. Voor een doorsnee vrije-sectorwoning komt dat neer op 1.914 euro per maand, 2 procent meer dan in het kwartaal ervoor. In het tweede kwartaal daalden de huren nog licht. Vergeleken met een jaar eerder ligt de prijs per vierkante meter 4,4 procent hoger, meer dan de inflatie.

Tegelijk krimpt het aanbod. In de afgelopen maanden werden er meer woningen verhuurd dan er nieuw op de markt kwamen, per saldo waren er 1.500 woningen minder te huur. Volgens Pararius zijn er sinds de Wet betaalbare huur in juli 2024 ingang vond ruim 76.000 huurwoningen van de markt verdwenen, vooral doordat verhuurders verkopen. Dat is de lezing van een verhuurplatform, het kabinet zag de wet juist als middel om huren betaalbaar te houden.

De inkomenseis is de echte drempel

De meeste verhuurders vragen een bruto maandinkomen van minstens drie keer de huur, schrijft Pararius. Voor een gemiddelde vrije-sectorwoning betekent dat 5.742 euro bruto per maand, 135 euro meer dan een jaar eerder. Voor de meeste afgestudeerden ligt een eerste salaris daar ver onder.

Dat verklaart wat je in studentensteden ziet. Je verdient te veel om nog lang op een studentenkamer te blijven, maar te weinig voor de vrije sector. Over die klem schreven we eerder in ons stuk over het tekort aan middenhuur voor starters. De nieuwe cijfers maken het gat alleen maar breder. Een vrije-sectorwoning valt boven de liberalisatiegrens van 1.228,07 euro per maand, en daarboven geldt geen maximumhuur.

Woon je op een campuscontract, dan komt daar nog tijdsdruk bij. Je verhuurder mag zo’n contract beëindigen als je niet meer studeert. Het is dus slim om al in je laatste studiejaar te weten waar je naartoe kunt.

Wat je als starter nu kunt doen

  • Houd je inschrijving bij woningcorporaties aan. Inschrijftijd is in veel regio’s bepalend voor een sociale huurwoning of een jongerenwoning. Wie zijn inschrijving vergeet te verlengen, verliest jaren, zoals we uitlegden in inschrijving vergeten te verlengen.
  • Zoek gericht naar middenhuur. Sinds de Wet betaalbare huur geldt ook voor middenhuur een maximumhuur op basis van punten. Een lagere huur betekent ook een lagere inkomenseis bij de verhuurder.
  • Check het puntenstelsel voor je tekent. Een woning die als vrije sector wordt aangeboden, kan volgens het puntenstelsel soms in een goedkoper segment vallen. Hoe je dat nagaat, staat in onze uitleg over checken of je te veel huur betaalt.
  • Reken verder dan de huur. Een duur huurhuis kost niet alleen nu geld. Wie veel huur betaalt, spaart minder voor een eigen woning, en ook je studieschuld telt later mee. Hoe dat uitpakt lees je in dure kamer nu, kleinere hypotheek later.

Wat ons opvalt

Dat huren harder stijgen dan koopprijzen klinkt als nieuws voor beleggers, maar het raakt vooral de groep die nog niet kan kopen. Een starter die van zijn kamer af moet, heeft in de vrije sector weinig te zoeken zolang de inkomenseis zo hoog ligt. De slimste zet is daarom vroeg beginnen. Zorg dat je inschrijftijd loopt en ken de regels van het puntenstelsel, dan sta je sterker als de stap van kamer naar woning eraan komt.


Joris Bakker avatar

Samengesteld door