Sociaal akkoord op tafel: waarom bezuinigingen op het onderwijs nog dreigen

Studenten in een collegezaal van een Nederlandse universiteit

Op woensdag 7 oktober zitten werkgevers, vakbonden en het kabinet op het Catshuis aan tafel voor het eerste gesprek over een sociaal akkoord. Dat klinkt als een overleg over WW, WIA en loondoorbetaling bij ziekte, en dat is het ook. Maar wie studeert, heeft er meer belang bij dan je zou denken. Als het akkoord niet lukt of te weinig oplevert, komt een groot deel van de rekening bij het onderwijs terecht. NU.nl zette op 7 oktober op een rij hoe dat zit.

Waarom er nu ineens weer onderhandeld wordt

Het kabinet had plannen om 6,8 miljard euro te besparen op de sociale zekerheid. Daaronder vielen het halveren van de WW-duur, een snellere stijging van de AOW-leeftijd en het versimpelen van en korten op de WIA-uitkeringen voor arbeidsongeschikten. Vorige week veegde het kabinet die plannen van tafel. Vakbonden vierden feest, en nu de bezuinigingen niet meer boven de markt hangen, willen alle partijen praten.

De komende maanden moet er een sociaal akkoord komen met de werkgevers- en werknemersorganisaties. Namens het kabinet zitten premier Rob Jetten en de ministers Hans Vijlbrief (Sociale Zaken en Werkgelegenheid), Thierry Aartsen (Werk en Participatie) en Heleen Herbert (Economische Zaken) aan tafel. Van de andere kant komen FNV, CNV, VCP, VNO-NCW, MKB-Nederland en LTO Nederland. Op de agenda staan onder meer de vastgelopen WIA, sneller weer aan het werk na ontslag, werken dat meer moet lonen en de loondoorbetaling bij ziekte.

De 6,8 miljard is niet verdwenen

Hier zit het deel dat jou raakt. Het bedrag is namelijk niet uit de boeken. Minister Eelco Heinen van Financiën heeft het volgens NU.nl geparkeerd op zijn eigen begroting, op de plek van de prijsbijstelling. In Den Haag heet dat ook wel de kaasschaaf. Lukt het sociaal akkoord niet of levert het te weinig op, dan groeien de budgetten van alle ministeries niet mee met de inflatie. Ze houden dan hetzelfde bedrag terwijl lonen en spullen duurder worden, en dat is in de praktijk een bezuiniging.

Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap wordt daar het hardst door geraakt, schrijft NU.nl. Die begroting bestaat grotendeels uit lonen en materiaal en is daardoor erg gevoelig voor inflatie. Bovendien heeft het kabinet defensie, justitie en veiligheid en infrastructuur uitgezonderd. Dat betekent dat een nog groter deel van de klap bij het onderwijs terechtkomt.

Wat dit kan betekenen voor je studie

Hoe een bezuiniging via de kaasschaaf precies uitpakt, staat nog nergens. Er ligt geen lijstje met maatregelen, alleen een bedrag dat ergens gevonden moet worden. Toch kun je inschatten waar het pijn kan doen. Een ministerie dat niet meegroeit met de inflatie, moet kiezen. Dat kan uitkomen bij de bekostiging van hogescholen en universiteiten, wat je merkt aan grotere groepen, minder begeleiding of opleidingen die verdwijnen. Het kan ook uitkomen bij regelingen die rechtstreeks in je portemonnee zitten.

Welke opties er in de ambtelijke keuzelijst staan, beschreven we in september in ons stuk over bezuinigen op hoger onderwijs en je studiefinanciering. Daarin staan onder meer een hoger collegegeld en het afschaffen van de basisbeurs. Toen leek het nog een menu voor een volgend kabinet. Nu is er een concreet bedrag waar een deel van dat menu ineens relevant voor kan worden. Wij willen niet suggereren dat die maatregelen er komen, want dat is nergens besloten. Wel is het verschil met een paar weken geleden dat er nu een tijdpad en een rekensom op tafel liggen.

Politiek ligt het gevoelig

Binnen de coalitie is er volgens NU.nl onrust. Tijdens de Algemene Financiële Beschouwingen vorige week schrok de Tweede Kamer van het nieuws dat de bezuiniging vooral bij onderwijs terecht kan komen. Voor D66, dat zichzelf de onderwijspartij noemt, is dat moeilijk te verkroppen, de VVD heeft daar minder moeite mee. Onderwijsminister Rianne Letschert (D66) schoot direct in de verdediging. Minister Vijlbrief, ook van D66, heeft er dus alle belang bij dat het overleg met de sociale partners slaagt.

Heinen is zelf optimistisch. Volgens hem hebben de sociale partners aangegeven dat ze bereid zijn tot grote hervormingen, en zouden ze zelfs denken dat ze een grotere besparing kunnen halen dan het kabinet van plan was.

Wat je nu kunt doen

Op korte termijn verandert er niets aan je studiefinanciering of collegegeld. Het is vooral iets om te volgen. Een paar dingen helpen wel.

  • Volg de uitkomst van het overleg. Het eerste gesprek is een begin, een akkoord kan maanden duren. Pas als duidelijk is hoeveel het oplevert, weet je hoeveel er overblijft voor de kaasschaaf.
  • Houd je studentenorganisaties in de gaten. LSVb en ISO reageren meestal snel op nieuws over onderwijsgeld en leggen uit wat het voor studenten betekent.
  • Bouw wat ruimte in je begroting. Een hoger collegegeld of een lagere beurs komt nooit van de ene op de andere maand, maar wie weinig marge heeft, merkt het als eerste. In ons overzicht van vaste lasten naast je kamerhuur zie je waar je geld heen gaat.

Wat ons betreft is dit het soort nieuws dat makkelijk langs studenten heen gaat, omdat het over WW en WIA lijkt te gaan. Maar wie wil weten of zijn opleiding de komende jaren zo blijft als nu, doet er goed aan om het overleg op het Catshuis te volgen.


Joris Bakker avatar

Samengesteld door