Student vecht zijn cijfer aan en wint: zo werkt bezwaar maken

Student werkt aan een laptop met aantekeningen op het bureau

Een masterstudent Civiel recht in Leiden leverde zijn scriptie ruim drie dagen te laat in, na het pinksterweekend van 2025. Inhoudelijk kreeg hij een 9. Omdat hij over de deadline was gegaan, haalden de examinatoren daar een heel punt vanaf, en zo stond er een 8 op zijn bul. Hij liet het er niet bij zitten en kreeg uiteindelijk gelijk bij de hoogste bestuursrechter, meldt de NOS. Interessant aan die zaak is niet het cijfer, maar de route die hij aflegde, want die route staat voor elke student open.

Waar de universiteit de fout in ging

De student stapte eerst naar het College van Beroep voor de Examens, het CBE van zijn eigen universiteit. Dat gaf de universiteit gelijk, met het argument dat hij niet in een betere positie mocht komen dan medestudenten die wel op tijd inleverden. Daarna ging hij in beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Die draaide het om. De examinatoren mochten best rekening houden met de extra tijd die hij had gekregen, oordeelt de Raad van State in de uitspraak. Alleen was vooraf nooit duidelijk gemaakt dat de omvang van de vertraging bepalend zou zijn voor de hoogte van de aftrek. Op zitting zei de student dat hij eerder in het weekend had ingeleverd als hij dat had geweten, en daar had de universiteit geen antwoord op. De aftrek van precies een heel punt was daarmee onvoldoende onderbouwd.

Let op wat er nu gebeurt, want dit is de nuance die in de samenvattingen sneuvelt. De student krijgt niet automatisch zijn 9 terug. De examinatoren moeten binnen zes weken opnieuw een besluit nemen over het cijfer, en dan wel met een deugdelijke onderbouwing.

Bezwaar maken tegen een cijfer, stap voor stap

Formeel heet het geen bezwaar maar beroep, en dat beroep dien je in bij de faciliteit van je instelling, meestal het centrale loket of studentendecanaat. Zij stempelen de datum erop en sturen het door. Dat loket is wettelijk verplicht, dus je hoeft niet zelf uit te zoeken bij welke commissie je moet zijn.

Wat er daarna gebeurt, verrast veel studenten. Het CBE neemt je beroep niet meteen in behandeling, maar stuurt het eerst naar de examencommissie met de vraag of jullie er samen uit kunnen komen. Die minnelijke schikking is geen formaliteit, want in de praktijk wordt een flink deel van de zaken daar opgelost. Zit de examinator tegen wie je beroep richt zelf in de commissie, dan mag hij over jouw zaak niet meebeslissen. De commissie laat binnen drie weken weten wat het overleg heeft opgeleverd. Komt er geen schikking, dan pakt het CBE de zaak alsnog op.

Belangrijk om te weten is waar het CBE naar kijkt. Het beoordeelt niet of jouw scriptie een 8 of een 9 waard is, want dat oordeel blijft bij de examinator. Het toetst of de beslissing in strijd is met het recht, en daar vallen dingen onder als een regel die nergens is opgeschreven, een toezegging die niet is nagekomen of een motivering die niet klopt. Precies op dat laatste punt ging het in Leiden mis. Al die regels staan in de Wet op het hoger onderwijs, artikel 7.61 en verder.

De termijnen die je niet mag missen

Je hebt zes weken om je beroep schriftelijk in te dienen, gerekend vanaf de beslissing waar je het niet mee eens bent. Dat is de enige termijn die volledig bij jou ligt, en het is ook de enige die je zonder pardon kwijtraakt. Mis je hem, dan is de inhoudelijke discussie voorbij voordat hij begint.

Daarna is het een kwestie van wachten. De examencommissie meldt binnen drie weken de uitkomst van het schikkingsoverleg. Het CBE beslist binnen tien weken, gerekend vanaf de dag nadat de indieningstermijn is verstreken. Ben je het met die uitspraak nog steeds oneens, dan kun je naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, precies zoals de Leidse student deed. Reken er dan wel op dat je studiejaar intussen gewoon doorloopt.

Wat je erbij nodig hebt

Het verschil tussen winnen en verliezen zit meestal in je mailbox. Bewaar elk bericht waarin een examinator iets toezegt of een uitzondering maakt, inclusief datum. In deze zaak was zo’n mail doorslaggevend, want daarin stond dat de student tijdens het weekend mocht doorwerken, zonder dat erbij stond wat dat zou kosten.

Leg daarnaast de onderwijs- en examenregeling van je opleiding ernaast. Staat de sanctie waar je last van hebt daar niet in, dan is dat je sterkste argument. Schrijf tot slot in je beroepschrift op wat je anders had gedaan als de regel wel duidelijk was geweest. Dat klinkt als een detail, maar het was in Leiden het zinnetje waar de zaak op kantelde.

De moeite waard, ook als je verliest

Eerlijk gezegd zie ik in studentenhuizen vooral het tegenovergestelde gebeuren. Iemand baalt een week van een cijfer, hoort van een huisgenoot dat procederen toch nooit iets oplevert, en laat het lopen. Terwijl een beroepschrift schrijven je een avond kost en de schikkingsronde alleen al vaak een gesprek oplevert dat je anders nooit had gekregen.

Doe het wel om de juiste reden. Een cijfer dat je gewoon tegenvalt, is geen zaak. Een regel die achteraf blijkt te bestaan, een sanctie die niemand je vooraf heeft uitgelegd of een uitzondering die je wel is beloofd maar niet is gegeven, dat zijn wel zaken. Datzelfde geldt trouwens voor overmacht die buiten jou ligt, zoals toen treinen dagenlang ontregeld waren en studenten hun tentamen misten. Ook daar begint het met vastleggen wat er gebeurde en bij wie je het meldt.


Joris Bakker avatar

Samengesteld door